Bijbelverhalen voor Kinderen
Zeven spannende, grappige en mooie verhalen uit de Bijbel — speciaal voor jou!
Elk verhaal heeft een raadsel, een weetje, een grap of een rebus. Lees ze zelf, of laat iemand ze aan je voorlezen!
De Schepping
In het allereerste begin was er niets — behalve God. En God zei: 'Er zij licht!' En er was licht. Wat geweldig!
Dag na dag maakte God iets nieuws. Dag één: licht. Dag twee: de hemel. Dag drie: het droge land en de planten. Dag vier: de zon, de maan en de sterren. Dag vijf: de vissen en de vogels. En op dag zes: alle dieren op het land — en de mens! God blies zijn eigen adem in Adam, en Adam werd levend.
Alles wat God maakte was mooi. Na elk dag zei God: 'Het is goed.' En op de zevende dag rustte God, en Hij noemde die dag heilig.
Er zijn meer dan 8 miljoen verschillende soorten dieren op aarde. God maakte ze allemaal op dag vijf en zes! En dat is nog maar het leven dat wij kennen — wie weet wat God allemaal bedacht heeft!
Gebed
God, dank U dat U alles gemaakt heeft. Dank U dat U mij ook gemaakt heeft. Amen.
Noach en de Ark
Lang geleden deden bijna alle mensen slechte dingen. Bijna iedereen — behalve één man: Noach. Noach luisterde naar God.
God zei tegen Noach: 'Bouw een grote boot — een ark!' Noach deed precies wat God zei, ook al snapten zijn buren er niets van. Toen de ark klaar was, kwamen de dieren twee aan twee: groot en klein, snel en langzaam, met en zonder staart!
Toen begon het te regenen — veertig dagen en veertig nachten lang! Het water steeg en steeg. Maar Noach en zijn familie en alle dieren waren veilig in de ark. Toen het water zakte, stuurde Noach een duif. De duif bracht een olijfblaadje mee terug: de aarde was er weer! God beloofde: 'Nooit meer een vloed.' Als teken zette Hij een regenboog in de lucht.
Ik vloog weg en kwam terug met een blaadje. Ik ga twee keer op pad. De tweede keer breng ik goed nieuws. Wie ben ik? → De duif die Noach stuurde! (Genesis 8:11)
Gebed
God, dank U dat U beloftes houdt. De regenboog herinnert mij eraan. Amen.
Jozef en zijn mooie jas
Jozef was de lievelingszoon van zijn vader Jakob. Jakob gaf hem een prachtige, kleurrijke jas. Jozefs broers waren jaloers — heel erg jaloers.
Op een dag deden ze iets vreselijks: ze verkochten Jozef als slaaf naar Egypte. Jozef was verdrietig, maar hij vertrouwde op God. In Egypte was het niet altijd makkelijk — hij werd zelfs gevangengezet! Maar God was altijd bij hem.
Later kon Jozef dromen uitleggen voor de farao, de machtige koning van Egypte. De farao was zo onder de indruk dat hij Jozef de tweede man van het land maakte! Toen Jozefs broers kwamen om voedsel te kopen, herkenden ze hem niet. Maar Jozef vergaf hen. Hij zei: 'Jullie bedoelden het slecht, maar God bedoelde het goed.'
De oudste illustraties van het verhaal van Jozef zijn meer dan 1.700 jaar oud en zijn gevonden in een oude synagoge in Syrië. Het verhaal heeft mensen door alle eeuwen heen geraakt! In totaal staat Jozef in maar liefst 13 hoofdstukken van de Bijbel beschreven.
Gebed
God, help mij om anderen te vergeven, net als Jozef deed. Amen.
Mozes en de Rode Zee
Het volk van God, de Israëlieten, werkte als slaven in Egypte. Dat was heel zwaar en verdrietig. God hoorde hun geroep en koos Mozes om hen te bevrijden.
God deed tien grote wonderen om de farao te overtuigen de Israëlieten te laten gaan. Na het tiende wonder mochten ze eindelijk vertrekken — een enorme groep mensen! Maar de farao bedacht zich en stuurde zijn leger achter hen aan.
De Israëlieten stonden voor de Rode Zee — links niets, rechts niets, achter hen het leger. Wat nu? Mozes stak zijn staf uit en God spleet de zee in tweeën! Links en rechts stond het water als een muur. Het volk liep droogvoets naar de overkant. Toen het Egyptische leger volgde, stroomde de zee terug. God had Zijn volk gered!
Wat heeft Mozes gedaan? MO + 🌊 + ✋ = ? Mozes stak zijn hand uit over de zee — en de zee splitste!
Gebed
God, als ik voor een 'zee' sta en niet weet hoe het verder moet, help mij dan te vertrouwen dat U een weg maakt. Amen.
David en Goliath
De vijanden van Israël hadden een reus in hun leger: Goliath. Hij was meer dan drie meter lang, droeg zwaar harnas en riep elke dag: 'Stuur iemand om met mij te vechten!' Alle soldaten van Israël waren bang. Allemaal — behalve één: een jonge herder die David heette.
David zei: 'Ik ga!' Iedereen lachte hem uit. David had geen zwaard of harnas — alleen een slinger en vijf kleine stenen uit de beek.
'U komt met een zwaard,' zei David tegen Goliath, 'maar ik kom in de naam van de HEERE!' David slingerde één steen. Die raakte Goliath midden op zijn voorhoofd. De reus viel. God had David de overwinning gegeven — niet door spierkracht, maar door geloof.
Waarom verloor Goliath van David? Hij had er geen hoofd voor! 😄 (Maar écht: hij verloor omdat David niet op zijn eigen kracht, maar op God vertrouwde.)
Gebed
God, ook als mijn problemen groot lijken, help mij te vertrouwen dat U groter bent. Amen.
Jezus en de vijf broden
Op een dag volgde een grote menigte Jezus naar de overkant van het meer — meer dan vijfduizend mensen! Het werd avond en iedereen had honger.
De discipelen zeiden: 'Stuur ze weg om eten te kopen.' Maar Jezus zei: 'Geef je ze maar te eten.' Ze keken verbaasd: ze hadden maar vijf broden en twee kleine vissen — en die waren van een jongetje dat ze deelde!
Jezus nam het eten, dankte God en brak het brood. De discipelen deelden het uit. En er was genoeg voor iedereen — meer dan genoeg! Achteraf bleven er zelfs twaalf manden met stukken over. Jezus leerde ons: als je Hem geeft wat je hebt — hoe weinig ook — kan Hij er iets geweldigs van maken.
Ik word gebroken maar ben niet kapot. Ik word gedeeld maar wordt meer. Met mij werden duizenden gevoed. Wie ben ik? → Het brood dat Jezus brak! ✝️
Gebed
Jezus, dank U dat U ook voor mijn 'honger' zorgt. Help mij te delen wat ik heb. Amen.
Paulus en de aardbeving
Paulus en zijn vriend Silas waren in de gevangenis gezet — niet omdat ze iets slechts hadden gedaan, maar omdat ze over Jezus hadden verteld. Ze waren aan handen en voeten geketend in een donkere cel.
Maar wat deden ze? Ze zongen! Midden in de nacht, in ketenen, zongen ze liedjes voor God. De andere gevangenen luisterden.
Plotseling — een zware aardbeving! De grond beefde, de deuren vlogen open en alle ketenen vielen af. De bewaker schrok wakker. Toen hij zag dat de deuren open waren, dacht hij dat iedereen gevlucht was. Hij was zo bang! Maar Paulus riep: 'Wij zijn er allemaal!' De bewaker viel op zijn knieën: 'Wat moet ik doen om gered te worden?' Paulus antwoordde: 'Geloof in de Heere Jezus Christus!' Die nacht werd de bewaker met zijn hele gezin gedoopt.
Wetenschappers hebben ontdekt dat Filippi — de stad waar dit gebeurde — inderdaad in een actief aardbevingsgebied ligt. God gebruikte de natuur als onderdeel van Zijn plan. En hoe begon het allemaal? Met twee mannen die Gods lof zongen in het donker!
Gebed
God, zelfs als het moeilijk is, help mij om U te blijven loven. Amen.
Wil je nog meer leren over God? Kom gerust langs bij de kinderdienst op zondag!